Ingehouden paspoort door DT&V

Uit de Vreemdelingenwet volgt dat een persoon Nederland dient te verlaten als hij na afloop van de asielprocedure niet in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. De IND sluit dan het dossier en stuurt het door naar de Dienst Terugkeer en Vertrek. Daarbij worden ook originele documenten overgelegd, die de DT&V in zijn dossier bewaart. Een paspoort wordt dus niet automatisch teruggegeven; in de praktijk zelfs niet als een asielzoeker vrijwillig besluit te vertrekken. Hij zal dit normaal gesproken moeten coördineren met DT&V. Van volledig “vrijwillig” vertrek is dan geen sprake meer en dat is een vreemde situatie. De Europese regelgeving (de zogenaamde Terugkeerrichtlijn) schrijft immers voor dat vrijwillig vertrek altijd de voorkeur dient te genieten.

Maar ook als een asielzoeker ondanks een verloren asielprocedure niet uit Nederland vertrekt – om welke reden dan ook – en zijn verblijf voortzet, ligt het niet per definitie voor de hand dat de Nederlandse overheid in zijn recht staat door documenten achter te houden.

In artikel 52 van de Vreemdelingenwet en artikel 4.21 van het Vreemdelingenbesluit is bepaald dat de overheid weliswaar bevoegd is om documenten in bewaring te houden, maar alleen als dat in het kader is van een terugkeertraject. Ook wordt de tijdelijkheid van deze maatregel in de nationale regelgeving benadrukt.
Langdurig in Nederland verblijvende uitgeprocedeerde asielzoekers hebben doorgaans echter geen lopende dossiers meer bij DT&V. De DT&V sluit dossiers namelijk als vertrek niet gerealiseerd kan worden, en laat het vervolgens aan de asielzoeker over om te vertrekken – zonder dat hij zijn paspoort terugkrijgt.
De rechtvaardiging om documenten achter te houden bestaat op dat moment echter niet meer. Verschillende mensenrechten komen daarom in het geding, aangezien bijvoorbeeld het recht op privé-leven en het koesteren van een identiteit (artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, EVRM), het recht op bezit (artikel 1 van het eerste Protocol bij het EVRM), en het recht om Nederland te verlaten (artikel 2 van het vierde Protcol bij het EVRM), worden beperkt, zonder dat daarvoor een wettelijke grondslag is in de Nederlandse wet.
Bovendien is het zeer de vraag of deze inmenging proportioneel kan worden geacht als de situatie lang voortduurt, zelfs als deze in principe wettig zou zijn.

Ook personen die zonder verblijfsvergunning in Nederland verblijven hoeven het dus niet te accepteren als zij van de IND of DT&V te horen krijgen dat hun documenten ingevorderd blijven totdat zij zich melden op Schiphol met een vliegticket. Krijgt u een dergelijk bericht van de overheid, dan kunt u overwegen om een advocaat in te schakelen. In veel gevallen zult u in uw recht staan als u eist dat u uw paspoort retour krijgt.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.