Aftrek kinderalimentatie vervallen per 1 januari 2015

De Eerste Kamer heeft op 24 juni 2014 het wetsvoorstel ‘Wet hervorming kindregelingen’ aangenomen. Deze wet is per 1 januari 2015 in werking getreden. Het doel van deze wet is om de vele fiscale kindregelingen te hervormen, het stelsel te vereenvoudigen, de arbeidsparticipatie te verhogen en inkomensondersteuning te bieden waar nodig.

Gevolg is dat slechts 4 van de op dit moment bestaande 11 ‘kindregelingen’ blijven bestaan. Het gaat om de volgende regelingen:
• kinderbijslag;
• kindgebonden budget;
• combinatiekorting;
• kinderopvangtoeslag;

Een ander belangrijk gevolg is dat per 1 januari 2015 de aftrekpost voor levensonderhoud van kinderen (fiscale forfaitaire aftrek van kinderalimentatie) vervalt. Met dit fiscaal voordeel wordt nu nog rekening gehouden bij de berekening van de draagkracht van de alimentatieplichtige. Dit verhoogt de draagkracht en daarmee ook de aanwezige ruimte om alimentatie te betalen. De maximale aftrek per jaar bedraagt in 2014 voor kinderen van 12 t/m 17 jaar € 1.160,00. Uitgaande van het hoogste belastingtarief van 52% levert dit een maximaal fiscaal voordeel op van € 1.160,00 x 0,52 = € 603,20 per jaar.

Dit belastingvoordeel komt per 1 januari 2015 te vervallen. Hierdoor daalt de draagkracht van de alimentatieplichtige ouder en heeft deze voortaan ook minder ruimte om alimentatie te betalen.

Gevolgen
Voor ouders die te maken hebben met kinderalimentatie, ongeacht of u nu kinderalimentatie ontvangt of betaalt, zal dit belangrijke gevolgen met zich kunnen brengen. Als gevolg van de versobering van de kindregelingen, wordt het verval van onder andere de alleenstaande ouderkorting voor de verzorgende en onderhoudsgerechtigde ouder (deels) gecompenseerd met een hoger kindgebonden budget voor de lagere inkomens. Bovendien komt het fiscaal voordeel dat een alimentatieplichtige tot voor kort had voor de kinderalimentatie die hij of zij betaalt te vervallen.

De voorgaande regeling van fiscaal voordeel in geval van betaling van kinderalimentatie hield in dat de onderhoudsplichtige ouder vaste bedragen voor uitgaven in het levensonderhoud van zijn of haar kind mocht aftrekken als er aan een aantal voorwaarden werd voldaan. Die voorwaarden hielden onder meer in dat het kind niet zelf in zijn of haar levensonderhoud kon voorzien, de alimentatieplichtige geen kinderbijslag ontving voor dit kind en hij of zij per kwartaal minimaal € 416,00 voldeed bijvoorbeeld in de vorm kinderalimentatie. Een aantoonbare bijdrage in natura telde hierbij ook mee. In dat geval mocht door de alimentatieplichtige een vast bedrag per kwartaal worden opgevoerd als forfaitaire aftrekpost in de aangifte inkomstenbelasting. Al met al kon deze regeling al snel tot een aftrekbaar bedrag van € 205,– tot € 750,– per kind per kwartaal leiden.

Het vervallen van deze fiscale aftrekbaarheid, kan voor een alimentatieplichtige ouder tot financieel nadeel leiden dat al gauw kan oplopen tot € 100,– (netto) per kind per maand. Dit heeft gevolgen voor de draagkracht van de alimentatieplichtige ouder.

Tremanormen
Indien de kinderalimentatie is berekend op basis van de zogenaamde Tremanormen (de richtlijnen voor de berekening van alimentatie die in de rechtspraak worden gehanteerd en zoals vervat in het Rapport Alimentatienormen), dan is bij de hoogte van de kinderalimentatie rekening gehouden met het feit dat de alimentatieplichtige fiscaal voordeel geniet over zijn of haar bijdrage in de kosten van de kinderen. Dit voordeel is namelijk opgeteld bij de draagkracht. Door het wegvallen van dit fiscaal voordeel houdt de alimentatieplichtige derhalve minder draagkracht over voor kinderalimentatie.

De betreffende wijziging kan dus mogelijk een wijziging van omstandigheden opleveren aan de zijde van de alimentatieplichtige, op grond waarvan een wijziging van de kinderalimentatie gerechtvaardigd kan zijn. De vraag is nog wel of de rechtspraak dit ook zo ziet.

De op 1 april 2013 ingevoerde wijziging in de rekenmethode van de kinderalimentatie leverde volgens de eerdergenoemde richtlijnen alsmede in de rechtspraak namelijk ook geen op zichzelf staande relevante wijziging op om tot een wijziging van de kinderalimentatie te komen. Dit ondanks het feit dat deze nieuwe rekenmethode een groot verschil in uitkomsten opleverde (veelal in het voordeel van de alimentatieplichtige) ten opzichte van de oude rekenmethode. De Expertgroep die verantwoordelijk is voor de aanbevelingen in de Tremanormen heeft in het laatstelijk uitgebrachte rapport (versie juli 2014) geadviseerd om bij de nieuwe alimentatieberekeningen alvast rekening te houden met het vervallen van deze fiscale regeling per 1 januari 2015. Het lijkt er derhalve op dat een wijziging in het fiscaal voordeel wel een rechtens relevante wijziging zal opleveren.

Draagkrachtberekening
Indien deze fiscale wijziging ook voor u gevolgen heeft, dan kan in overleg met de andere ouder bekeken worden of u samen overeenstemming kunt bereiken over een aanpassing van de kinderalimentatie, dan wel of het zinvol is om te bezien of een procedure gewenst is indien geen overeenstemming kan worden bereikt.

U dient er wel rekening mee te houden dat een wijziging veelal tot gevolg zal hebben dat de alimentatiegerechtigde zal staan op een nieuwe berekening van de draagkracht aan de hand van actuele gegevens. Een inkomensstijging zal mogelijk het verlies aan fiscaal voordeel compenseren. Anderzijds is de kans ook aanwezig dat de onderhoudsgerechtigde ouder zelf (meer) is gaan werken en er een extra reden is om diens draagkracht te betrekken bij de verdeling van de kosten van de kinderen.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws met de tags , , . Bookmark de permalink.